DAGBOEK FILM OOIEVAAR

 

 

Januari 2001

Als het een beetje redelijk weer is kijken we elke dag even op het weiland bij Reigersbergen in Den Haag (naast Huis Ten Bosch om te zien of er ooievaars staan. Met echt zonnig weer proberen we ook te filmen. Helaas als er mensen met honden langs lopen vliegen ze op tot het midden van het weiland. Ze zijn dan te ver weg om nog een mooie close-up te maken.

Tegen de avond staat er vaak een groepje op de hoge flats van de Bezuidenhoutseweg tegenover het weiland. Daar brengen ze de nacht door.

Zondag 14 januari 2001

Op de nieuwjaarsreceptie van de Haagse Vogelbescherming kondigt de voorzitter Hank Hoogwout aan: “na een goed onderzoek over de haalbaarheid heeft het bestuur van de vereniging besloten Filmproductiebedrijf van den Ende cv opdracht te geven een film over de ooievaar te maken”.

Een van de aanwezigen komt op ons af en vertelt dat hij vanaf zijn balkon op de 13e etage soms ooievaars ziet die op een weitje beneden de flat gevoerd worden. “Zou dat wat zijn?”

Maandag 15 januari 2001

We gaan even kijken op de 13e verdieping. Vanaf hier zie je over Den Haag en over de duinen. Met een kijker is zelfs het nest in de wijk Marlot te zien. Het is inderdaad een mooie plek, maar er moeten dan ooievaars zijn en een beetje zon. We houden contact, want je weet maar nooit.

Januari/ Februari 2001

Als we over het viaduct bij Hotel Bijhorst rijden kijken we altijd even richting Den Haag om te zien hoe het is met ooievaarsnest. Al gauw blijkt dat er regelmatig een ooievaar op het nest staat. Het lijkt alsof er een ritme in zit. Zo rond 11.00 uur is het vaak raak. Helaas, als we het een paar keer proberen om in de winterse kou een plaatje te schieten komt er nooit een ooievaar op het nest.

Begin februari staan er ineens regelmatige twee ooievaars op het nest In Marlot. Ze vliegen ook af en toe met nestmateriaal aan om het nest wat op te hogen. Een van de ooievaars zakt soms op het nest neer, maar dat is vaak maar voor even. Als het wat langer duurt raken we in de verleiding om te veronderstellen dat ze al een ei hebben gelegd. Dat lijkt wel erg vroeg! Als we aankomen en vanuit de auto naar het nest kijken krijgen we soms de indruk dat er geen ooievaar op het nest is. Zo’n ooievaar zit zo plat op het nest en de schoorsteen is hoog, dat je vaak de kop niet kunt zien.

We hebben nu in totaal hier ruim dertig uur doorgebracht en gefilmd. Het licht was slecht en de ontwikkelde en geprinte film liet dat duidelijk zien. Geen materiaal om in de film ooievaar te verwerken.

 

Vrijdag 23 februari 2001

Weersverwachting: sneeuwbuien.

De wolken zijn prachtig. Omdat we enkele weken hoorden dat ook de ooievaar van het nest Warmond niet weggetrokken was, gaan we daar een kijkje nemen.

11.00 uur: Stilstaan in de snijdende wind, geen handschoenen aan want dan kun je de camera niet goed bedienen, valt niet mee. Af en toe op je tenen staan om je voeten warm te houden. Het nest is zo te zien leeg. We staan op het fietspad en filmen alvast het lege nest met die prachtige bomenrij en de wit en grauwe wolken op de achtergrond. Hij of zij mag komen. Het is echter niet erg inspirerend als je in de kou staat te wachten op iets dat misschien helemaal niet komt. Het wordt middag en we eten staand op het fietspad naast de camera een kaakje met een kartonnetje sinaasappelsap. Een mevrouw die langs komt vertelt ons dat er een ooievaar verderop in de wei staat. Dat geeft moed. Het zal de ooievaar wel zijn, die hier op het nest hoort.

15.00 uur: Sommige fietsers zwaaien, anderen stappen af en vragen “bent u er voor de ooievaar”? Enkele mensen roepen onder het voorbij fietsen: “ze komen meestal pas tegen de avond”.

15.30 uur: Een pikzwarte lucht komt vanuit het westen naar ons. Er dreigt sneeuw te komen. De wolken drijven langs ons zonder dat er sneeuw of hagel valt. Het lijkt nog kouder te worden. Er is geen ooievaar te zien.

16.30 uur: Het wordt nu echt erg donker en het begint plotseling fel te hagelen. Zo vlug we kunnen breken we de cameraopstelling af en bergen alles in de auto.

We blijven tot 17.00 uur in de auto hopend dat het weer verbetert. Nee dus.

Zaterdag 24 februari 2001

Er is vannacht wat sneeuw gevallen. Om ooievaars in de sneeuw te filmen rijden we naar het buitenstation in Alphen aan de Rijn.

09.30 uur: Bij het recreatiegebied Zegersloot tegenover het Chinese restaurant staan tientallen auto’s op het parkeerterrein. Geen plaats voor ons. Dat wordt lastig sjouwen met dertig kilo spullen in die kou. We proberen via het fietspad dichterbij te komen. Ondanks de mond- en klauwzeer lopen de koeien hier vrij rond. Ze komen meteen om de auto staan. Dat schiet niet op. Even later staan we met de apparatuur tussen de koeien in de sneeuw. Nu de ooievaars nog. Na veel gezoek staan er 3 te koukleumen tegen een hekje. Het ziet er zielig en niet erg fotogeniek uit. Op twee nesten staat een ooievaar. Maar daar is geen sneeuw te zien. We zoeken ooievaars die moeite doen om voedsel te vinden in de sneeuw. Dat lukt niet. Ze staan stil om energie te sparen. Een spiegelbeeld van een ooievaar in een sloot wordt door twee meerkoeten onmogelijk gemaakt. We speuren constant de lucht af om vliegende ooievaars te filmen. Ze verschijnen niet.

14.30 uur: Als we inpakken en alles in de auto leggen vliegen er 3 ooievaars boven ons in de lucht. Koud als we zijn, menen we ze te horen lachen.

Maandag 26 februari 2001

De weersverwachting: veel bewolking, sneeuwbuien en ongeveer 4 graden.

Dat lijkt niet echt goed om te gaan filmen vandaag. Hoewel??? Hier in Den Haag is er zon en prachtige bewolking dus……toch maar even kijken in Marlot bij het ooievaarsnest.

10.00 uur: twee ooievaars staan op het nest. Er is veel te veel licht omdat we tegen de lucht aan filmen.

11.05 uur: een ooievaar vliegt weg. Als hij of zij takken gaat halen voor het nest kan ze snel terug zijn. Voorspellen kun je het niet.

11.10 uur: Van links komt de ooievaar aangevlogen met een piepklein takje. Ze klepperen niet. Dan gebeurt er bijna 1 uur niets. Hoewel niets. Wij worden voortdurend aangesproken door voorbijgangers. Iemand van de veegploeg van Dienst Stadsbeheer vraagt: “Is dat nog de enigste in Den Haag ?” Hij mag even door de lens kijken en is verrukt. Nog even en elke voorbijganger wil dat. Verschillende buurtbewoners spreken ons aan. Tot nu toe is iedereen positief over het nest en verontwaardigd “weet u dat ze het nest weg wilde hebben?” Wij wijzen ze op de vogelbescherming Den Haag

12.00 uur: De ooievaars paren kort en hevig. Onze vingers tintelen, onze tenen zijn versteend. Gelukkig waait het niet en als de wolken voorbij de zon zijn is het even warm.

12.25 uur: een ooievaar vliegt naar links weg. Om te gaan eten of om takken te halen? Als we staan te bedenken of we op een andere plek zullen gaan staan, vliegt nummer twee weg. Dan gaan ze vast eten. We zijn door en door koud maar besluiten om nog even te wachten.

12.50 uur: ooievaar nummer 1 komt terug met een tak en landt op het nest. Ze gaat meteen zitten.

12.57 uur: ooievaar nummer 2 komt ook terug vanaf links invliegend. Ze paren en klepperen niet. We breken af en rijden naar de wijk Kerkehout in Wassenaar.

13.05 uur: Het nest boven het hockeyveld is leeg. We dralen wat, zou er al een ooievaar bij het nest komen? Als de camera nog net niet is opgesteld komt er van over de boomtoppen een ooievaar richting nest.

13.15 uur: De ooievaar kleppert voortdurend, het lijkt agressie. Wij kijken naar de lucht maar zien niets. Het is even stil het wordt donker en weer klepperen. Nu zien we heel hoog in de lucht 3 ooievaars zweven. Het zijn zulke kleine stipjes dat ze niet filmbaar zijn.

13.50 uur: Toen wij naar boven stonden te kijken is de ooievaar weggevlogen.

14.40 uur: De ooievaar komt aangevlogen maar landt niet op het nest maar op de paal ernaast. Hij gaat staan poetsen en poetsen en….klepperen. Er blijkt heel hoog een buizerd over te vliegen.

15.45 uur: We pakken in om thuis weer een beetje op te warmen.

 

Dinsdag 27 februari

De radio: “Vanuit het westen sneeuw.”

11.00 uur: In Marlot staan de twee ooievaars op het nest in een lichtbewolkte lucht en een vaag zonnetje. In de zon is het uit te houden. Ze zijn redelijk actief: ze poetsen zich aan alle kanten en rommelen aan het nest.

12.00 uur: Een korte paring op het nest. Over het grasveld komen 2 joggers aan. Een blijkt een goede bekende van ons van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij heeft al zo vaak gevraagd of hij eens mee kan als we gaan filmen. Zie hier hij wordt op z’n wenken bediend.

12.25 uur: Weer een paring nu wat langer, gevolgd door klepperen.

12.30 uur: Het mannetje vliegt weg naar links, dezelfde tijd als gisteren! Hij draait nog een rondje en het lijkt even of hij weer terug gaat naar het nest.

12.35 uur: Het wijfje vliegt ook naar links weg. Een uur lang gebeurt er niets. Het licht wordt vaal. De wind is koud.

13.30 uur: Een van de ooievaars komt zonder nestmateriaal aanvliegen van rechts! Terwijl ze elke keer van links komen. Een paar minuten later komt ooievaar nr. 2 met een grote tak.

vrijdag 2 maart 2001

Het is bewolkt met af en toe een mager zonnetje.

We gaan vanmorgen eerst even kijken bij het nest in Marlot. De twee ooievaars staan stil op het nest. Er valt niets te filmen.

We gaan door naar het nest in Kerkehout.. Als we aankomen rijden staat hij of zij (links geringd) op de paal naast het nest. Nog voor we de parkeerplaats opdraaien is hij verdwenen. Volgens omwonenden, die allemaal heel positief reageren, is er maar 1 ooievaar. Die is vannacht voor het eerst op het nest gebleven. De ooievaar blijft nu weg en als we na anderhalf uur wachten in de kou inpakken, vliegen er 2 ooievaars over. Onze komt aanvliegen en begint agressief te klepperen.

Om 15.45 uur zijn wij bij de opening van de expositie in het Haagsch Historisch Museum op de Korte Vijverberg in Den Haag. Voor iedereen heel interessant zie www.haagschhistorischmuseum.nl

Zaterdag 3 maart 2001

09.00 uur: Wij staan onder een strakblauwe lucht bij 3 graden vorst en een snijdende noordoosten wind bij het Marlot nest. De twee ooievaars zijn present op het nest en lijden net als wij van de kou. Er gebeurt niets.

10.00 uur: Wij besluiten om de beurt tien minuten in de auto te gaan zitten.

12.30 uur: Een van de ooievaars vliegt van het nest. Even later de tweede. Uit vroegere ervaringen nemen wij aan dat ze tussen de 5 minuten en 20 minuten met nestmateriaal terugkomen. Wij blijven dus met zijn tweetjes in de kou staan. Het wordt ditmaal ruim een uur, maar we filmen het.

Op naar Kerkehout. Daar staat de ooievaar alleen te kleumen op het nest. Om 14.30 uur vliegt hij weg en komt om 14.50 terug met een tak. Wij hebben ingesteld op het nest, maar hij strijkt neer op de paal waar het nest twee jaar geleden zat en probeert daar een nest te maken. De tak valt op de grond voor wij hebben ingesteld.

Als wij verkleumt gaan inpakken komen er twee ooievaars over en staat de onze agressief te klepperen. Wij zijn een ervaring rijker: als het heel koud is maak je meer fouten en mis je kansen.

 

OOIEVAARSDAGBOEK SPANJE  


15 augustus – 7 september 2001 

Drie weken om van de Franse grens tot de zuidpunt van Spanje ooievaars te ontdekken. De route die we volgen is vooral gebaseerd op gegevens van de Belgische biologen “Ooievaars zonder grenzen”. Op plekken waar zij in 1999 en 2000 trekkende ooievaars signaleerden keren wij terug.   
 

Woensdag 15 augustus

Den Haag – Denderleeuw: 220 km

Tegen 17.00 staat de auto op de autotrein in Denderleeuw bij Brussel. Om 20.15 uur vertrekt de trein. ’s Nachts merken we dat de trein lang stil staat, het onweert en weerlicht. Het lijkt wel of hij terugrijdt, dit schiet niet op.

 

Donderdag 16 augustus

Biarritz – Berizaun: 56 km

Op het tijdstip dat we eigenlijk in de restauratiewagon moeten ontbijten, vertelt de steward dat we 8 uur vertraging hebben. Er is een boom op de bovenleiding gevallen en onze trein is omgeleid en versleept. We zijn ergens rond Parijs!

Om 10.00 uur is er een verlaat ontbijt en voor de lunch worden er baguettes fromage en jambon aangerukt.

Het is over vier in de middag als de trein station Biarritz binnenloopt.

We gaan zo snel mogelijk de grens over, maar raken verstrikt in een wirwar van borden. Het duurt een tijd eer we de weg richting Pamplona vinden. Bij Berizaun in de Pyreneeën vinden we een hotelletje waar we wennen aan de Spaanse keuken.

 

Vrijdag 17 augustus

Berizaun – Tudela: 232 km

Het regent zachtjes in de Pyreneeën. Na een mager ontbijtje van tostada en ’n kopje thee gaat het via een bergweg met haarspeldbochten richting Pamplona. Als de bergen verdwijnen en het landschap opener wordt zien we gele kale vlaktes waarop groepen schapen naar eten zoeken. Het rammelen van hun belletjes klinkt overal.

In Tudela houden we de bordjes ayuntamiento aan, het stadhuis en de kerk zijn meestal het hoogste punt in een stadje. En ja hoor, daar staan nog ooievaars op de nesten te klepperen. We zijn enthousiast en willen hier blijven, maar het vinden van een hotelletje kost nogal wat moeite. Niemand spreekt iets anders dan Spaans. Tenslotte belanden we om de hoek van de Plaza Los Fueros in Hostal Remigio met uitzicht op de ooievaars. Beneden loopt het restaurant vol en wij sluiten ons maar aan. Dit zal wel goed zitten.

Aan het eind van de middag, het is 32° C, staan we in het nabij gelegen Alfaro met paraplu tegen de zon te filmen. In dit stadje zijn vanaf een uitkijkpunt wel 100 nesten te zien. Er zitten 5 ooievaars in de lucht en op een gegeven moment komt er groep trekkende ooievaars over.

 

Zaterdag 18 augustus

Tudela – Avila: 381 km.

Het heeft wat geregend, het is 24° C maar er is geen zon. We denken dat we zo’n plaatje van ooievaars op antennes nog wel verderop kunnen schieten, sjouwen de 40 kilo bagage 3 trappen af en gaan op weg. De weg voert ons langs gele golvende kale vlaktes, velden met uitgebloeide zonnebloemen, jeneverbesachtige struiken en rode rotsen. Via Soria en El Burgos komen we in Segovia met z’n 2 eeuwen oude Romeinse aquaduct dat 818 meter lang is.

14.30 uur: we stoppen om wat te eten bij een restaurant iets van de weg. Het lijkt dicht maar de eigenaar komt naar buiten, maakt een beweging van eten en roept comer? Hij vertelt in het Spaans dat hij zelf koeien heeft en een lekker lapje met frietjes en sla voor ons zal klaar maken. Boven de bar staat een opgezette wilde kat. Gato in het Spaans. Eerst menen wij dat de kat kinderen heeft aangevallen. Het duurt even eer wij begrijpen dat het slechts over de kippen gaat. De man haalt huevos (eieren) uit de keuken en er gaat ons een licht op.

16.00 uur: de top Los cuatro postres geeft een prachtig overzicht over de stad Avila, waar precies 2 jaar geleden 100 ooievaars ’s avonds neerstreken op de kathedraal. In ons hotel Sante Maria knikken de obers enthousiast als wij vragen naar las ciguenas. Maar nee, tot 22.00 uur dwalen we door de stad met onze blik omhoog: als de zon langzaam zakt over het prachtige dal, is er geen ooievaar te zien.

 

Zondag 19 augustus

Avila – Talavera de la Reina – El Gordo - Talavera de la Reina: 262 km.

De klokken luiden de zondag in. Het is fris, 28° C en zonnig.

In de bergen zien we veel zwaluwen en zwarte wouwen, die ook al op trek zijn. Op 1500 meter hoogte is het koud, maar het uitzicht vergoedt veel. In het bergdorpje Ramacastana loopt de bevolking uit, omdat er een circus het dorp binnenrijdt.

13.00 uur: in het centrum van Talavera de la Reina op de Plaza de Pan zijn ooievaars druk bezig bij hun nesten. Er is zelfs een nest boven op een hijskraan. We verbazen  ons dat er nog zoveel ooievaars zijn. Op het politiebureau spreekt een agent een beetje Engels. Hij legt enthousiast uit dat in de pueblo El Gordo veel nesten zijn en natuurlijk zitten de vogels ook op de el basurero, de vuilstort, maar die zal ons niet interesseren denkt hij. Een ½ uur later draait de auto het afvalterrein op. We kunnen duidelijk maken dat we ooievaars willen filmen en mogen het gebied in. Teleurgesteld komen we terug: nada”. Resoluut pakt een van de mannen z’n pet en stok en wenkt ons: “vamos”. Ook hij ziet niets, maar manana dan zijn ze er!

Ook 50 km verderop in El Gordo zijn geen ooievaars. Wel 100 lege nesten op de kerk en de daarnaast gelegen huizen. Als de ooievaars jongen hebben, wonen er meer ooievaars dan mensen in het dorp. Op de muur van de bar “La Ciguena” staat een prachtige muurschildering van het dorp met ooievaars. Het loopt tegen het eind van de middag en het is bloedheet. Iedereen zit binnen behalve een oud vrouwtje, dat in de schaduw van een tankwagen zit te borduren. Ze begint een heel verhaal en ik begrijp dat de ooievaars al sinds 1 augustus weg zijn en in december, januari terug komen.

 

Maandag 20 augustus

Talavera de la Reina – Merida: 268 km

Allereerst filmen we het bezette ooievaarsnest op de kathedraal vanuit onze hotelkamer.

Om 10 uur rijden we het terrein van de vuilstort weer op. Voor ik kan bedenken hoe we weer uitleggen wat we willen, komt er man die knikt en roept: “si, ciguenas”. En ja, langs de rand van de vuilstort zitten 100 ooievaars. Ze laten zich filmen terwijl ze tot 11 uur boven ons zweven en cirkelen.

De Extremadura is zoals het klinkt: droog, heet, hard. Om 13.00 uur staan we in Trujillo in de volle zon op een tjokvol Plaza Mayor: overal nesten maar geen vogels. Ook in Caceres proberen we het oude centrum in te rijden. Maar het is te heet 37° en er is te veel verkeer.

Tenslotte belanden we in Hotel Cervantes in Merida, de meest Romeinse stad van Spanje: geen parkeerruimte. Na lang zoeken een te klein plekje en dus schade aan de auto! De hitte verlaat ons ook ’s avonds niet. Hier en daar is nog een enkele ooievaar op het nest te zien.

 

 

 

 

Dinsdag 21 augustus

Merida – Utrera – Torre - Utrera: 324 km

Om 9.00 is het al 28°. Via de Sierra del Norte met kleine bergweggetjes rijden we door een kurkeikenbos. Er trekken steeds groepjes bijeneters over. Ze laten zich niet filmen. We horen en zien een hop en veel sprinkhanen.

Voor Utrera vinden we een vrachtrijdershotel. We zoeken naar vogels bij een stuwmeer een stuk verderop. Op de uitgebloeide zonnebloemen zitten allerlei kleine zaadeters. De omgeving lijkt wel een maanlandschap: kaal en met vreemde steeds wisselende kleuren.

 

Woensdag 22 augustus

Utrera – Algeciras: 225 km

Als we het maanlandschap van gisteren willen filmen blijkt het door de zonnestand erg veranderd. Wij gaan via Medina Sidonia waar een vuilstort zou zijn waar veel ooievaars zitten. Op het politiebureau in het stadje krijg ik een uitleg, maar het blijkt verder weg dan verwacht.

Rond 14.00 uur bereiken we de zuidpunt van Spanje. We proberen of er in de buurt van Tarifa een hotel is te vinden. Dat valt tegen: alles vol en het VVV is dicht tot na 17.00 uur. We rijden via een kronkelige bergweg vol met honderden windmolens, een horizonvervuiling van de bovenste plank, door naar Algeciras. Daar vinden we in Hotel Alboran eindelijk een onderkomen voor 2 dagen. Het is heiig en Marokko dat slechts 15 km verder is, ligt onder een warme deken.

Bij het Vogelopvangcentrum krijgen we een kaartje met alle vogelobservatiepunten. Op deze plekken staan in de trektijd wetenschappers en vrijwilligers de hele dag naar boven te turen om de overtrekkende vogels te tellen.

Volgens hen vliegen de meeste vogels zo hoog dat ze geen last van de windmolens ondervinden. Alleen jonge vale gieren komen regelmatig in deze gehaktmolens.

 

Donderdag 23 augustus

Algeciras – Tarifa – rijstvelden - Algeciras: 207 km

Vanaf 10.00 uur staan we met Spaanse, Duitse en Zweedse tellers op post 6. Het waait flink, alles wordt gezandstraald en de vogels vliegen hoog. Overal zand en stof. Om 13.00 uur roept iemand “si, ciguenas”. De groep van ruim 1000 ooievaars is met het blote oog niet goed te zien. Wel 45 minuten zweven en flappen ze boven het havenstadje Tarifa: ze durven niet over te steken, omdat de wind niet goed is en  verdwijnen voor een deel weer het land in. Toch is iedereen in extase “un grouppo enormemante grande”.

Christa, een Britse die in de buurt woont, komt het signaal oppikken dat een gezenderde Belgische ooievaar uitzendt. Hij zit in de groep die toch de oversteek maakt. Ze biedt aan om na 18.00 uur met ons naar een plek te rijden, waar wellicht ooievaars overnachten. We rijden 2 uur op een slechte weg en zien inderdaad een groep van 40 ooievaars, verder koereigers, zwaluwen en enkele steltkluten.

 

Vrijdag 24 augustus

Algeciras – Al Cornocales - Algeciras: 90 km

Het is verre van makkelijk een ander hotel te vinden. Alle gewone hotels zitten vol en een sterren hotel heeft trouwfeesten. 10 km ten noorden van Algeciras strijken we tenslotte neer in Guadenorte Park. Daar zullen we de komende dagen 3 grote bruiloften meemaken, die we moe en lodderig aanzien.

Pas om 12.00 uur zijn we bij de vuilstort van Los Barrios. Zwarte wouwen, meeuwen en ooievaars staan boven op de rand van de afvalberg. Stinkende vuilniswagens rijden af en aan over de smalle heuvelweg. Als we na een paar uur inpakken, vertelt een boer dat er gisteren 700 ooievaars in het veld beneden “baja “ stonden. Hij weet het zeker: de vogels eten daar. Om 11.00 uur gaan ze zweven: hij maakt een vliegende beweging.

Als we terug rijden over de C3331 zien we bij het elektriciteitsstation van El Roque op elke paal een nest. We tellen er tientallen. Op een paal zitten wel 3 nesten en hangt ook een dode ooievaar.

Het is weer moordend heet en tegen 19.00 uur hebben we een bad verdiend, maar ook nu zullen we tot halftien moeten wachten tot er een eetgelegenheid open gaat.

 

Zaterdag 25 augustus

Algeciras – Los Barrios – Algeciras: 21 km

Nog geen half uur rijden van het hotel gaan we terug naar de plek bij de boerderij. We verwachten niets. Het is wat bewolkt, geen zon maar warm. Naast een bewoond nest staan ruim 200 ooievaars op de kale vlakte! De meeste geringde hebben een witte ring en zijn dus waarschijnlijk van Spaanse afkomst. Een stier stampt en er komen en gaan telkens kleine groepjes ooievaars. Ze bewegen hun vleugels om te voelen of het  warm genoeg is voor de thermiek om hen hoger te brengen. De vuilniswagens rijden constant langs. Zo ook de boeren. Niemand legt ons een strobreed in de weg. Bijeneters trekken over. Tegen 11.00 uur gaat de eerste groep definitief omhoog. Een uurtje later gevolgd door weer een groep. De laatste vertrekken om 12.10 uur. Af en toe laat de zon zich zien, het is vochtig heet.

 

Zondag 26 augustus

Algeciras – Los Barrios- Tarifa – Algeciras: 91 km

Vandaag genieten we van het ontbijt op het chique terras van het hotel. Het heeft een pietsje geregend, maar de zon komt al weer door. Niemand weet dat we hier keurig zitten te eten om straks naar een afvalberg te gaan.

Op het veld voor de vuilstort zijn geen ooievaars te zien vandaag. Op de rand zijn er een tiental zichtbaar. We gaan terug naar het vogelkijkpunt 6 bij Tarifa.

Als we om 13.00 uur arriveren en rustig willen uitpakken is er net een grote groep ooievaars aan het zweven. Er trekken ook bijeneters en wouwen. Er sluit zich een grote groep ooievaars aan, ze zweven, vallen uiteen, draaien over het stadje en komen dan over ons heen. Het is een magnifiek gezicht!!!! De tellers overleggen: het zijn er zeker 2.500! Meer dan een half uur lang blijven ze langzaam ronddraaien op de thermiek om dan uiteindelijk de oversteek vanaf Algeciras te maken. We horen dat er de afgelopen 10 dagen al 36.000 ooievaars zijn overgestoken. Alle informatie wordt doorgegeven aan het vogelpunt in Marokko aan de overkant. Ze tellen af : cuatro, tres, dos, uno. Na 15 minuten krijgen ze het sein dat de grote groep ooievaars aan de overkant is. Ze hebben de 15 km overbrugd in 15 minuten.

Om 19.00 uur zijn we in het kantoortje van vogelbescherming Ciguena nigra. We hopen nog wat tips te krijgen over leuke plekken, ook van zwarte ooievaars. De communicatie is moeizaam, maar er is iemand die zowel Engels als Spaans spreekt en als tolk kan dienen.

Als de zon bijna verdwijnt proberen we het zicht op Gibraltar vast te leggen, maar de rots is in een waas verdwenen. Om 20.30 uur vliegt er groepje ooievaars over dat neerstrijkt in een kale boom langs de weg.

 

Maandag 27 augustus

Algeciras – park Alcornocales – Algeciras 177 km

Bewolkte lucht met regen in de bergen. In het aardige dorpje Los Barrios staan de ooievaars op de nesten op de kathedraal. Vandaag willen we een vervallen huis met nesten filmen. We hebben een vage beschrijving: vraag maar bij café Venta Los Gallos. Na 1½ uur rijden blijkt er in de bar niemand iets te weten, maar een klant geeft in het Spaans aanwijzingen. Na veel gezoek komen we op een plek waar een paar verlaten boerderijtjes staan. Het is doodstil in een zinderende hitte. Nergens schaduw. We durven de motor van de auto niet uit te zetten, omdat het koelkastje met de films dan boven de 50° Celsius komt. Achter een rotsblok begint een hond te blaffen en een boer, die als uit het niets te voorschijn komt wenkt ons: “de ooievaars? nee, die zijn naar Afrika”.

Uitgeput komen we aan het eind van de middag bij een burcht aan, waar we een prachtig uitzicht hebben. Ondanks de ongelooflijke hitte genieten we volop.

 

Dinsdag 28 augustus

Algeciras – Conil – Algeciras 233 km

Al vroeg zijn we met zon in de rug bij de boerderij. Er staat een groepje van 8 ooievaars. Af en toe strijkt er nog een neer, soms vliegt er een op om te voelen of er al thermiek is. Om 11.00 uur komt er een groep van 300 overvliegen. De andere worden er deels door aangetrokken. Ze zweven en draaien.

Langs de kust gaan we in westelijke richting om die omgeving te verkennen. Vanaf de mirador is er een schitterend uitzicht op de bergen in Marokko. Na het filmen van een wit dorpje dat bibbert in de zinderende hitte moet Jan de film wisselen, het liefst in een schone en koele omgeving. In een hotel bij het strand lopen we in en uit met de spullen. Wel een half uur lang zijn we bezig met apparatuur en accessoires. Niemand die ons opmerkt!

Vanaf Zahara de los Atunes is er een heuvelachtige weg door parasoldennen. De zee is sprookjesachtig blauw. Als we op de terugweg nog even bij de rijstvelden kijken, zitten er 6 vale gieren op een dode koe. Ze steken nauwelijks af tegen de vlakte en maken zich meteen uit de voeten.

Marokko ligt er nu nog beter bij dan vanmorgen, dus toch nog maar weer gefilmd. Ook Gibraltar is nu goed te zien. Het is over halfnegen als we eindelijk de hal van het hotel binnenlopen.

 

Woensdag 29 augustus

Algeciras – El Rocio 353 km

Vandaag gaan we weer langzaam naar het noorden. In Cadiz zou op de Plaza Espana een nest op een standbeeld zijn, dus daar rijden we voor om. Helaas, als  veel inwoners ons te woord hebben gestaan en we op het drukke plein komen is er

niets te zien. Ik vraag nog voor de zekerheid de tuinman: “Donde estan las ciguenas?” Hij wuift richting Afrika. Het nest zat inderdaad op het standbeeld, maar dat is schoongemaakt.

Het probleem met parkeren is dat wij de auto met de apparatuur niet alleen kunnen laten. Een van ons moet bij de auto blijven. Wij krijgen namelijk nooit in een keer sjouwen alles mee. En in een Spaanse stad is het parkeerprobleem net zo groot als hier.

Via Sevilla gaan we in westelijke richting naar de Coto Donana. Om 15.00 uur  stap ik een koel hotel binnen om een kamer te reserveren. Maar het 3 sterren hotel in El Rocio “does not work” zegt een veiligheidsman. Maar als we Manuel bellen zorgt die wel voor een onderkomen. Dat lijkt toch merkwaardig! Nog gekker is dat de straten uit een dikke zandlaag bestaan i.p.v. asfalt. Schuivend van links naar rechts in het rulle zand komen we na 3 keer vragen eindelijk in Hotel La Toruna met uitzicht op een moeras, waar in het laatste beetje water flamingo’ s staan.  

We bekijken het bezoekerscentrum in de omgeving en als we om 19.30 uur uit de auto stappen strijken er achter het hotel 30 ooievaars neer. Ook vliegen er rond hun nesten honderden zwaluwen bij de kerk waar een beroemd Mariabeeld vereerd wordt. Met Pinksteren, als de Romeria is, zijn hier meer dan 1 miljoen mensen en wordt de prijs van onze hotelkamer vertienvoudigd.

 

 

 

Donderdag 30 augustus

El Rocio – Valverde – El Rocio 137 km

Het is alsof je in een wildwest decor rondloopt: zand, zand en overal paarden. Auto’s lopen vast in het zand.

Over een afschuwelijke zanderige weg vol met kuilen en stenen bereiken we na 30 km een dorp waar we herhaaldelijk de weg vragen naar het bezoekerscentrum. Iedereen wijst een andere kant op. Onze Engelse routebeschrijving komt niet overeen met de piepkleine bordjes, die we af en toe ontwaren als het stof is opgetrokken. We gaan zo’n 25 km per uur en de enige auto’s die we zien behoren toe aan de boeren. Eindelijk na 2 ½ uur en 67 km rijden over een “dirt road” zoals wij in de Big Bend woestijn in Texas nog nooit hebben meegemaakt, openen we de kofferbak en zien een dikke laag stof over de rugzakken. Op het parkeerterrein van het keurige hypermoderne centrum staan 3 auto’s, binnen zijn 3 medewerkers en 4 bezoekers. Begrijpelijk?

Wij hebben de boardwalk annex schuilhut voor ons alleen: enkele flamingo’s ook jongen, steltkluten en zilverreigers laten zich in de hitte bekijken.

Er blijkt een iets betere weg terug te zijn terug naar El Rocio waar door een harde wind alles gezandstraald wordt.

 

Vrijdag 31 augustus

El Rocio – Plasencia 408 km

Vandaag laten we het zuiden van Spanje definitief achter ons. De omgeving van Sevilla ligt onder een warme neveldeken. Onder het redelijk drukke verkeer bevinden zich nu veel tractoren met vers geplukte druiven. Daar komen weer heerlijke flessen goede wijn “Marques de Caceres” van.

De hele dag rijden en af en toe stoppen voor wat schaduw en vocht.

In Plasencia vinden we een bijna verlaten hotel Azar aan de rand van de stad, vlakbij het park Monfrague. In de avond zijn we de enige gasten in het restaurant, waarbij we alle aandacht krijgen van de twee woorden Engels sprekende obers.

 

Zaterdag 1 september

Plasencia – park Monfrague 97 km

Zonder apparatuur gaan we deze dag op zoek naar de zwarte ooievaar. Na een ½ uur rijden door het park “natural” krijgen we een prachtige kaart in het Engels met alle uitzichtpunten. De Rio Tajo stroomt ver beneden ons en op diverse plekken is er  een schitterend zicht op vliegende roofvogels. Er zijn vooral veel vale gieren.

’s Middags zien we tientallen lege ooievaarsnesten op de kathedraal van Plasencia en op de parador. Dit staatshotel, een juweeltje, is gevestigd in een 15e eeuws klooster. De receptionist vertelt dat de ooievaars beschermd zijn en dat ze begin januari alweer terug zullen zijn.

Op de Plaza Mayor begint om 22.30 uur een folklore festival. Genieten van het dorpse tafereel met een glaasje wijn en tapas.

 

Zondag 2 september

Plasencia – park Monfrague 85 km

Een prachtige warme dag met een strakblauw lucht.  In Monfrague filmen we, bij gebrek aan ooievaars, vale gieren. Op sommige momenten zijn er meer dan 20 in de lucht. Ze roepen en zweven, een magnifiek gezicht!

In Plasencia heerst zondagsstilte: dat is een mooi moment om wat klokgelui op te nemen. Bij de eerste rotonde in het stadje staat een leuk kunstwerk met 3 ooievaars.

 

 

 

Maandag 3 september

Plasencia – Avila 235 km

Ten noorden van Plasencia richting Salamanca ligt op elke elektriciteitspaal een ooievaarsnest, maar er is geen ooievaar te zien. Hoe noordelijker we komen hoe helderder het licht, de dorpjes worden anders, er is veel meer groen.

S’ middags hopen we in Avila toch nog wat verlate ooievaars te treffen. Maar nee, 2 weken geleden zat er niets en dat is niet veranderd. Wel zijn er de lege nesten op de kathedraal. Als het al donker wordt onweert het, het ziet er dreigend uit.

 

Dinsdag 4 september

Avila – Tudela 346 km

Vanuit Avila gaan we via Segovia terug naar Tudela in de verwachting dat de ooievaars er nog steeds zijn. We vragen het na in het Hostal Remigo. “Si, si naturalemente ciguenas!”. Maar nee hoor, we kijken en wachten, de nesten blijven leeg. We gebruiken een 4 gangen lunch voor nog geen ƒ 25,--. Iedereen komt hier eten, het is razend druk.

 

Woensdag 5 september

Tudela – park Moncayon – Tudela 112 km

Het is frisjes, 24° C het waait.

In het park Moncayo, even ten zuiden van Tudela, trekken veel bijeneters over. In het bezoekerscentrum staat de poster “mussen” in het Nederlands en dat terwijl er niemand iets anders dan Spaans spreekt. In het restaurant in het dorpje vlakbij worden we een ½ uur lang genegeerd. Na enig begripvol gevraag van onze zijde krijgen we wat te eten.

Om 16.00 uur hebben vanaf 1700 meter hoogte een meer dan schitterende kijk op de omgeving.

 

Donderdag 6 september

Tudela – Biarritz 242 km

Het waait, het is 21°. Voor ons gevoel bitter koud. De laatste meters film schieten we op aan de maan naast de toren van het stadhuis in Tudela, dan pakken we voor het laatst de auto in.

Via de tolweg gaan we richting Pamplona. Vooral de weg door de Pyreneeën is prachtig groen. Het wordt drukker en om 14.00 uur rijden we Frankrijk binnen.

Een handjevol auto’s wacht om de autotrein op te rijden.

 

Vrijdag 7 september

Denderleeuw – Den Haag 214 km

Om 07.50 uur loopt de trein Denderleeuw binnen. Na een ½ uur rijden we de snelweg op richting Nederland.

 

Meer dan 5000 km gereden vanaf de Franse grens, liters water en wijn gedronken, heel wat druppels gezweet en duizenden ooievaars gezien!!!   

Monique M. van den Broek  
Jan C. van den Ende

   


  
 

januari-juli 2001
augustus-september  2002 Spanje