18e Festival International du film Ornithologique 29 octobre – 3 novembre 2002
30.000 Fransen bezoeken elk jaar het film festival in Ménigoute, een klein dorp in de buurt van Poitiers.
Mercredi 30 octobre 15.00 heures “Histoires des cigognes en Hollande”
Één hotel, één postkantoor, twee bakkertjes, een grote sporthal en een goede organisatie: dat zijn de ingrediënten voor het vogelfilmfestival in Ménigoute, Frankrijk. Het dorp telt normaal nog geen 900 inwoners, maar op deze middag om klokslag drie uur kijken er 1.200 bezoekers verwachtingsvol naar Jan. Hij wordt met applaus ontvangen en na zijn introductie volgt de film. De organisatie heeft de film in het Frans vertaald maar helaas horen we op de achtergrond ook de Engelse tekst. Door deze technische onvolkomenheid zijn de muziek en de geluidseffecten niet zo goed te beluisteren. Maar de zaal is geïnteresseerd en iedereen is muisstil. Onze film “OOIEVAARS NATUURLIJK” is de eerste film die in de competitie draait en alle 1.200 kaartjes voor deze voorstelling zijn uitverkocht.
Voor de 18e maal wordt de manifestatie georganiseerd. Er is van alles te doen: het bekijken van films uit 15 verschillende landen; deelnemen aan excursies; luisteren naar lezingen over vogels; bewonderen van exposities van vogel- en natuurschilderijen. In een grote tent staan meer dan honderd standjes van natuurverenigingen, natuurgebieden, boekhandels enz. Voor de kinderen is er een aparte tent waar ze vogelhuisjes kunnen maken en kunnen knutselen.
Tijdens de uitgebreide lunch- en dinersessies (er wordt op z’n Frans twee uur voor uitgetrokken) krijgen we voldoende kans om met filmers en bezoekers te praten. Wij vragen ons af: Waar komen al die mensen vandaan? Waarom komen ze? Waar slapen ze?
Behalve de filmers en enkele juryleden, komen de bezoekers uit alle windstreken van Frankrijk: “Wij zijn hier speciaal om films op een groot doek te zien” “Het is een week waar we altijd naar uitkijken”, “In Nederland zijn er veel meer mensen geïnteresseerd in natuur” zeggen de Franse bezoekers.
Nou, hier kunnen ze er ook wat van. Zeg nu nog maar eens dat Fransen alleen maar jagen!
En wat het slapen betreft: aangezien er in het dorp maar één hotelletje is, waar alle filmmakers zijn ondergebracht, zijn de bezoekers aangewezen op privé-kamers. Iedereen in Ménigoute stelt kamers beschikbaar, sommige slapen bij de notaris, andere omarmen ’s nachts de geiten, of slapen in hun auto.
Na een week is de rust weergekeerd in dat kleine dorpje in de streek Deux-Sèvres. Hotel “Des Voyageurs” heeft de honderd stoeltjes weer verruild voor het biljart. Uit de sporthal zijn de bioscoopstoelen verwijderd en de filmmakers zijn terug naar hun geboortegrond.
Voor iedereen die ook wel eens een kijkje wil nemen in Ménigoute of meer informatie wil: www.menigoute-festival.org. L’annee prochaine en l’automne!
Monique M. van den Broek
![]()
In juni namen Jan
van den Ende & Monique van den Broek op het Internationale Natuur
Filmfestival in Polen een prijs in ontvangst voor hun film ‘Ooievaars Natuurlijk’
Een zaterdag in Lodz: buiten een zinderende hitte, de
winkels zijn gesloten en de straten verlaten. Binnen in het filmmuseum van Lodz
zitten genodigden te wachten op de uitslag van de festivaljury. Wij zijn een van
de weinige buitenlandse gasten, speciaal voor ons zal er iemand tolken. Er is
een prijs voor een Poolse insectenfilm en voor een aantal films uit Oostenrijk.
Dan klinkt het dla filmu “Opowiesc o
holenderskich bocianach”. Holenderskich verstaan we, dat kan alleen maar
Holland zijn en bocianach betekent ooievaar. Dan realiseren we ons dat onze
ooievaarsfilm een prijs heeft! We worden op het podium geroepen krijgen de
oorkonde, boeken over Lodz en bloemen. Verdwaasd staan we daar in de fotolens te
staren, dit hadden we echt niet verwacht. (Zie voor niet zo florissante foto’s
www.wfo.com.pl
en klik onder het groene blaadje rechts: fotoservis: 3 en 4 )
Vier dagen eerder zijn we in Lodz gearriveerd. De stad kijkt ons, ondanks het
mooie weer, somber en grijs aan. Wat een verschil met het kleurrijke schouwspel
van het Poolse landschap. Het geel van de koolzaadvelden doet pijn aan je ogen,
de vele korenbloemen zorgen voor een diep blauwe zweem. In de bosranden laten
witte vlieren met daarvoor velden met rode zuring de kleuren van de Poolse vlag
zien. Deze dagen draaien er 30 natuurfilms voor een publiek van voornamelijk
scholieren. Daarnaast zijn er fototentoonstellingen, bloemenpresentaties en
zelfs een parade in de Piotrowskastraat. Deze allee is na de ondergang van het
communisme tot promenade omgetoverd,
waar de inwoners van Lodz flaneren en met één drankje uren op een van de
talrijke terrassen zitten.
Lodz met ruim een miljoen inwoners kenmerkte zich in het verleden vooral door de
textielindustrie. Duitse industriëlen bouwden er hun grote paleisachtige huizen
en maakten gebruik van de goedkope arbeidskrachten. Nu staan die grote complexen
leeg. Ze vormen een bizar decor. Enkele paleisjes zijn museum geworden en de
rest wordt verkocht voor het symbolisch bedrag van 1 Zloty = 0,25 eurocent. De
nieuwe eigenaren verplichten zich wel het huis in originele staat te herstellen.
De tweede dag van het festival komt de Poolse televisie, die een vraaggesprek
met ons wil. De regisseur wil 2 dingen weten: Waarom een film over ooievaars? en
Hoe staat het met het maken van natuurdocumentaires in Nederland? Het resultaat
zien we niet want ze zenden het na het festival uit.
Elke avond zijn er culturele bijeenkomsten, waarbij wij ook aanwezig zijn.
Zo’n muziekuitvoering wordt steevast afgesloten met een picknick. Daar zijn de
Polen goed in, er is worst in tien verschillende soorten en het bier vloeit
rijkelijk. Helaas zijn wij geen bierdrinkers en wijn, nee dat hebben ze niet.
Een ander probleem is de taal. Bijna niemand spreekt Engels, Frans of Duits. Dan
voel je je een beetje eenzaam temidden van die honderd mensen. Gelukkig zijn er
na de prijsuitreiking een paar mensen, die Duits spreken en dan blijken de
directeur en de andere organisatoren van het festival wel degelijk
belangstelling voor ons hebben. De een brengt zijn vrouw mee, die lerares Duits
is. De ander heeft een sponsor gevonden, die als Engelse tolk kan optreden.
Beladen met cadeaus bereiken we ‘s avonds het hotel. Om daar vervolgens geen
oog dicht te doen. Er is een bruiloft en dat betekent feest tot 6 uur ’s
morgens.
Na het festival rijden we naar de Oderdelta boven Stettin om te zien welke
gebieden de EUCC (Europese Vereniging voor de Kust) heeft aangekocht. In een
vroegere school, die dienst doet als ontvangstcentrum, worden we hartelijk
ontvangen. Een groep mensen van Natuurmonumenten, die als vrijwilliger komen
helpen met klussen, zijn al aan het werk. De Nederlanders zijn even in de
meerderheid, tot de volgende dag een groep middelbare scholieren arriveert voor
een werkweek.
Het is een nat gebied en dus wolken muggen. Zelfs de ruim 400 huiszwaluwen, die
hun nesten tegen de school hebben, kunnen daar niet tegenop.
In het bosgebied van de EUCC broeden twee zeearenden en een visarend. In het
riet zien we geelgorzen, klauwieren, zwarte sterns en veel kleine zangertjes.
Vanuit de twee uitkijktorens zijn de enorme rietvelden te overzien, waarin de
roerdompen zich schuil houden.
Met de groep Nederlanders gaan we de volgende dag naar het Wolinski National
Park. Het meest indrukwekkend is het uitzicht op de Baltische zee vanaf het 50
meter hoge duin. (www.coastalguide.to
klik nature reserve)
Op de terugweg zijn we niet weg te slaan bij een stel kraanvogels, die eerst
alleen te horen en later door de telescoop te zien zijn.
Later die week rijden we 350 km oostelijker. Onderweg zien we bij elk dorp
ooievaarsnesten, zo te zien hebben ze allemaal grote jongen. Die piepen net
boven het nest uit. Voor Gdansk ervaren we het bijzondere duingebied in
Slowinski National Park. Onderweg daarheen laat een groep van vijftig
kraanvogels zich bewonderen. In het park worden we worden rondgeleid door een
Engels sprekende medewerker.
De duinen daar rollen vijftig meter hoog over de bossen heen met een snelheid
van tien meter per jaar.
Het zand is zo fijn dat je er tot je enkels in wegzakt. We moeten ons door zes
heuvels en dalen heen worstelen om onvergetelijke panorama`s te zien. Tweeënhalf
uur heen en tweeënhalf uur terug. In de valleien zijn kleine oases met o.a.
drie soorten zonnedauw, dat als een rood tapijtjes de grond bedekt. De duinen
“roken” door de stormwind, die een hut uit 1700 uit het zand te voorschijn
tovert.
Het was een uitputtingsslag, maar alleszins de moeite waard.
Tevreden beginnen we de volgende dag de lange rit terug naar Nederland.