Uit de "Wassenaarder" van 22-09-1999 door Frans
Micklinghoff
Zeer fraaie (video-)film over Clingendael
Dikwijls wandelend over
het landgoed Clingendael en lezend en herlezend alles wat daarover ooit
verschenen is, mag men op den duur toch 'oordelen' over wat er over Clingendael
verschijnt op papier of celluloid goed is of niet. Afgelopen vrijdagmiddag 10
september, aan de vooravond van 'Open Monumentendag', een (video-)film over het
landgoed Clingendael. Waar in snelle vaart het verleden en het heden van Clingendael wordt belicht. Gemaakt door
M. Van den Broek en Jan C. Van
den Ende. En het moet gezegd worden, het is een uniek film-document geworden dat
de moeite van de aanschaf en het bekijken waard is.
De video-filmmakers Van
den Broek en Van den Ende moeten er met veel geduld en liefde aan hebben
gewerkt. En vaak geluk hebben gehad om juist dat laatste nieuwsgierige
eekhoorntje voor de camera te hebben gekregen. Het sprookjesbos in Oosterbeek
mochten we in dat ene jaar dat het bestond pas bezoeken nadat we door
Clingendael hadden gewandeld. Toen was het geen kunst een eekhoorntje te
ontdekken. De nieuwsgierige beestjes bleken gemakkelijk te lokken met een stukje
brood op het gras te gooien. Nu zijn er nog maar een paar en is dus de kans
minder groot zo'n langstaart te betrappen met de foto- filmcamera. Gelukkig
staan er voor alle landgoederen en buitenplaatsen in Nederland zgn 'Landschaps
ontwikkelingplannen' op stapel of zijn al opgesteld. Dat met het doel om de
diverse landgoederen en de groene omgeving ertussen meer met elkaar te
verbinden. Speciaal dan met het doel de dieren meer leefruimte geven. Een groter
territorium. En daardoor de kans te geven in isolement levende soortgenoten te
ontmoeten. Wellicht komt daar een mooi nageslacht van. Aan uitsterven van de
diverse soorten moeten we maar niet denken, maar wanneer deze ecologische
verbindingszones er niet komen is die kans groot. Daarom juist worden die
landgoed-ontwikkelingsplannen ondermeer opgesteld.
Voor de landgoederen
zelf breekt ook het besef door dat zij onvervangbare en belangrijke elementen
zijn van onze cultuur, geschiedenis en het landschap. Zoals voor het op
Wassenaars grondgebied liggende Clingendael. Waar de familie Doublet in de
zeventiende eeuw eigenaar werd van een grondgebied tussen de duinen en het
Haagsche Bos. Een tegen de zeewind beschermd stuk dal tussen de duin-clingen.
Vandaar de naam Clingendael. De Doublets kochten daar het stuk grond met een
boerderij. Naar de boerderij liep een sloot of vaart. De boerderij met
hooischelven wordt ' al snel afgebroken en vlak daarbij verrijst het huis van de
Doublets. Dat verrassend veel lijkt op het Hofwijck van Huygens. Geen wonder
gezien de familiebanden. De Doublets lieten rond hun Huis Clingendael een
imposante tuin aanleggen in de toenmalige
gekunstelde stijl, geleend van de in Frankrijk hoofdzakelijk werkende en
beroemde Andre le Notre. Zoals alle landgoederen en buitenplaatsen kende
Clingendael ook perioden van bloei, gevolgd door perioden van neergang en
verval. Met de komst van de puissant rijke familie Van Brienen breekt voor het
landgoed weer een periode van bloei aan. De tuin om het huis wordt door bekende
tuinarchitecten onder handen genomen. Sommige van de rechte assenstelsel
blijven, voor de rest werd de natuurlijke omgeving herschapen in de Engelse
landschapsstijl. De Japanse tuin kwam pas een eeuw geleden, nadat freule Daisy
een reis naar Japan had gemaakt en daar onder indruk van de Japanse tuinstijl de
benodigde ornamenten naar Clingendael laat verschepen. Uit die vooroorlogse
jaren dateren ook de grafzerkjes voor de honden van de Freule. In de hier
wonende Reichs-commissaris Seyss-Inquart de rechtopstaande zerkjes plat leggen.
Ook liet hij een tennisbaan en een tankwal rond de 'Vesting Clingendael'
aanleggen. Na de oorlog kocht de gemeente Den Haag in 1954 Clingendael. (in het
oude Huis, dat flink werd gerestaureerd, is nu het bekende Instituut Clingendael
gevestigd. In het voorjaar, gedurende de zes weken dat de Japanse tuin open is,
is het er een ware kermis en schuifelen de bezoekers voetje voor voetje door de
Japanse tuin. Slechts heel vroeg in de ochtend kan men dan nog echt genieten van
de sfeer in de Japanse tuin. Ontdekken en zien hoe hier, ooit een eeuw geleden
of meer bedacht, gespeeld wordt met licht en donkerkleurige bomen, in
slingerende vijvers en paden en fraaie doorzichten. Dat als kenmerk van de
Engelse landschapsstijl, de verbeterde natuur, met verrassende resultaten. De (video-)film van Van den Broek en Van den Ende geeft ondanks alle beperkingen
die een vidoefilm heeft,gelijk een boek weer andere, een fraai beeld van dat
Clingendael. Bij de video's van de heren Kenens hebben gemaakt over het
historische en het groene Wassenaar, hoort dan ook deze fraaie video zeker in
dat rijtje op de plank thuis!
Uit de "Haagsche Courant" van zaterdag 11 september 1999
UNIEKE FILM "CLINGENDAEL"
ZORGEN OM BEDREIGD MUSEUM IN OPENLUCHT
door Erik Huisman
Den Haag - Eigenlijk was het een onmogelijke opgave. Binnen een jaar een
(natuur-)historisch overzicht maken van landgoed Clingendael. De vier seizoenen
moesten erin, maar ook sfeer en beelden uit de 17de, 18de, 19de en 20ste eeuw en
uiteraard natuurleven uit die periode. En dan moest de zaak ook nog even
financieel rond zijn. Ga er maar aan staan.
Het laatste probleem was een zaak voor de initiatiefnemer voor de film, de
Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor 's-Gravenhage en omstreken
(AVN). Verder kregen natuurfilmers Jan van den Ende en Monique van den Broek de
problemen op hun bordje. Het duo kwam er heel aardig uit, al zeggen ze het zelf.
"We zijn heel tevreden over het resultaat", meent Van den Ende.
'Clingendael', zoals de half uur durende film heet, is een plaatje. Soms
romantisch en nostalgisch, soms met beide benen in de -nog- mooie wereld
van vandaag. Want als één ding duidelijk wordt uit de film, dan is het wel dat
Clingendael een schat aan cultuur en natuur herbergt die geen Hagenaar of
Hagenees zou moeten willen missen. Met de film wil de AVN luid en duidelijk
laten weten dat stadsparken en landgoederen onder geen beding mogen worden
geofferd aan de grillen van op nog meer nieuwbouw en verdichting van de stad
beluste bestuurders en projectontwikkelaars. Dan is het namelijk niet alleen
gedaan met de rust in deze Haagse oase op Wassenaars grondgebied, maar leggen
ook weinig mobiele diertjes als eekhoorns het loodje. En met hen zou veel ander
uniek natuurleven teloorgaan en zouden sporen uit het verleden uitgewist worden.
De combinatie van natuur en historie maakt de film aantrekkelijk. Het verhaal
over Clingendael wordt, zowel in beeld als geluid, heel prettig en toegankelijk
verteld.
Het begin is sterk en neemt je moeiteloos mee. "Op het landgoed Clingendael
galmt nog steeds de heldere echo van het verleden. Wie hier binnenstapt,
betreedt een andere wereld. De wereld van toen", klinkt het bij beelden van
het in de mist gehulde landgoed. En meteen doet freule Daisy haar intrede.
"Als Marguerite Mary van Brienen zag ik in 1871 het levenslicht.
Clingendael werd mijn thuis waar iedereen mij freule Daisy noemde. Daar, op de
pauwenheuvel, heeft men mij in 1939 begraven. Vanaf die plek zijn de graven van
mijn hondjes goed te zien. Kom Billy, kom...".
Daisy leidt de film ook uit. Vanuit het hiernamaals laat de freule weten:
"Ik voel mij hier nog steeds thuis. Het verleden is zo dicht bij het heden,
omdat het heden morgen ook verleden is. Koester dat verleden, zodat iedereen
zich erin kan terugtrekken. Kom Billy, kom...".
Doublet
Wat tussen die twee optredens van de freule
zit, is een fraaie compositie van daadwerkelijk in Clingendael geschoten
beelden, aangevuld met materiaal van gravures en opnamen van het
Polygoonjournaal. Na een blik op de sober grijze grafstenen van de hondjes van
freule Daisy, gaat het terug naar de tijd dat op de plek van Clingendael nog een
strandwal was (klingen betekent duinheuvels) en een deel werd ontgonnen alwaar
een hoeve, Sint Annaland, ontstond. Ervoor lag een natte duinvallei met
uitbundige plantengroei en de bijbehorende dieren. Deze hoeve kwam in 1600 in
het bezit van een hoge ambtenaar van het Hof van Holland, Philips Doublet. Hij
wilde op Clingendael ontspannen en onthaasten, want Doublet werd - toen al -
geplaagd door stress. Om deze periode te kunnen verbeelden hebben Van den Ende
en Van den Broek hun toevlucht moeten zoeken in gravures van de toenmalige
situatie. Uit die tijd weten we trouwens relatief veel over hoe het er op
dergelijke landgoederen uitzag en toeging. 'Vadertje' Cats had een dergelijk
stulpje (Zorgvlied, het latere Catshuis) en Constantijn Huygens vertrad zich op
het Voorburgse Hofwijck. Dankzij de dichtwoede van Cats weten we hoe deze heren
van stand hun landgoederen (lieten) beplanten met bijzondere soorten. Ze leunden
daarbij zwaar op de Leidse universiteit die hen van exotische zaden voorzag. Die
zogenaamde stinzenplanten verwilderden en die zien we nu nog elk vroeg
voorjaar terug. Ook zorgden deze heren voor de import van dieren, zoals
nijlganzen.
Na een historisch gezien donkere periode, de 18de eeuw, kwam Clingendael
weer tot leven toen de Van Brienens het landgoed kochten. De tuin werd
aangepast aan de heersende mode: de Engelse landschapsstijl. En er kwamen
exotische bomen op het landgoed te staan. Freule Daisy was het die de aanzet gaf
tot het aanleggen van de immens populaire Japanse tuin.
Goed toeven
De beelden van nu maken zeer aannemelijk dat het destijds in voorjaar, zomer en
herfst goed toeven was op Clingendael. Van den Ende en Van den Broek hebben
zoveel mogelijk beelden van nu gebruikt om de geschiedenis, ook die van de
natuur, te vertellen. Soms hadden ze geluk. Eekhoorns en halsbandparkieten
en zelfs een vos die een muisje verschalkt zijn er nog steeds te filmen. Maar
voor beelden van de ijsvogel togen ze eerst drie dagen naar de Biesbosch om
uiteindelijk na drie dagen proberen te slagen in Vaassen. De winter van '98/'99
verdiende die naam nauwelijks, maar gelukkig waren er twee dagen waarop de
sneeuw gefilmd kon worden. Soms zat alles tegen. "Mooi geluid krijgen is
lastig", zegt Van den Ende. "Je probeert rust weer te geven, maar dan
trekt er op zaterdagochtend een groep naar elkaar roepende trimmers
voorbij". Van den Broek: "We probeerden ook zo authentiek mogelijke
beelden te schieten van het landhuis. Eerst stond er een keet voor. Toen het
weer eens mooi weer was, stond er een auto hinderlijk voor. En soms sta je te
draaien, loopt er ineens iemand je beeld binnen".
Vesting
Na 1939 was het gedaan met de glamour. Nederland zuchtte onder de Duitse
bezetting, Seyss Inquart nam zijn intrek in het landhuis. Landgoed Clingendael
werd Vesting Clingendael. Er hadden gruwelijke dingen plaats, er werd een
tankgracht gegraven en de betonmolens draaiden op volle toeren voor de aanleg
van bunkers in de omgeving. Het wordt indringend geïllustreerd met
Polygoonbeelden en aan de hand van gebouwen die er nu nog staan en via later
aangebrachte plaquettes.
In 1954 kocht Den Haag Clingendael. Het kreeg een publieke bestemming en werd
vanaf 1982 weer een echt landgoed toen er een veehouder actief werd in de
boerderij.
Het was en bleef een mooi gebied en werd een toeristische trekker. Van den Ende,
Van den Broek en de AVN zijn er niet gerust op dat het zo blijft. Ze vrezen
bebouwing. "En het verloedert", waarschuwt Van den Ende. "Honden
los in het park, fietsers op de voetpaden. Toezicht onbreekt". Het gaat
hem, na een jaartje te zijn 'opgetrokken' met Clingendael, aan het hart.