BOETSEREN MET WATER EN LAND 15 minuten

 

De film is gemaakt in opdracht van Rijkswaterstaat Directie Zeeland.

Deze documentaire laat de eerste ontwikkelingsfase van de natuur zien na de voltooiing van de Deltawerken. Rijkswaterstaat probeert hier zoveel mogelijk voorwaarden te scheppen, opdat de natuur weer een kans krijgt. Niet alleen grootschalige projecten krijgen aandacht. Ook bermen, sloten en oeverhoekjes spelen een rol bij de natuurontwikkeling. Waar nodig voert Rijkswaterstaat een actief beheer en boetseert zo met water en land. 

 

Haagsche Courant  20-6-1992

 

     

Filmverhuur: Topcast 0575 – 52 74 20 Topcast@wxs.nl 
http://www.topcast.nl
Info: RWS 0118 - 68 60 00
(1992; 16mm en VHS)

 

MODELLING WITH WATER AND LAND 15 minutes

 

 

 

 

 

 

    

 


Commissioned by the Ministry of Transport, Public Works and Water Management; Directorate-General for Public Works; Division Zeeland. On 16 mm and VHS, 15 minutes with a Dutch and English narration.

The Delta Project in the south-west of the Netherland has led to enormous changes for the natural environment. The Dutch are steering these developments towards the creation of a new, natural balance. Here integral water management is being put into practice. But it is not only larger-scale projects which play a part in the development of the natural environment, verges, ditches and unused corners of land, also make their contribution. Where necessary Public Works is involved in active management: modeling with water and land.

The coastal region of Zeeland in the Netherlands is an attractive area, where people like to live, work and recreate. There is room for plants and animals as well. It is also a water-collection area. All these interests play a part in the management of the coastal belt, but protection against the sea still comes first!

For centuries the Dutch have fought against the flooding of the sea. The Delta Plan was the answer to that battle against the water. With the completion of the Delta Works Zeeland is now protected. But that does not mean that the struggle with the water is over.



Haagsche Courant, 20 June 1992 
‘…The film shows how Public Works assists Nature in adjusting to the changes wrought by the Delta Works……filmers treading uncharted fields…’ 

 

Uit de Haagsche Courant van zaterdag 20 juni 1992

BOETSEREN MET WATER EN LAND
Door  Mark Glotzbach

'Hier gaan over het tij
de maan, de wind en wij'

Ilse Wessel spreekt deze regels van de dichter Ed Leeflang bij de eerste beelden, rijzend water op de slikken, van de film 'Boetseren met water en land'. Ze staan ook gebeiteld in een steen op het voormalige werkeiland Neeltje Jans. 
De Haagse natuurfilmers Monique van den Broek en Jan van den Ende registreerden drie jaar lang hoe Rijkswaterstaat Zeeland de natuur helpt zich aan te passen bij de veranderingen door de Deltawerken. Zo heeft de stormvloedkering het tijverschil in de Oosterschelde met een vijfde teruggebracht en zijn door de dammen achter in de zeearmen grote zoetwatergebieden gevormd, samen te vatten onder de naam Volkerak/ Zoommeer. De Grevelingen werd een zoutwatermeer.

De beide filmers begaven zich op onbekend terrein. "In het begin wisten we niet of het nou ergens eb of vloed was. En het Zoommeer? Hebben wij natuurlijk nooit gehad op school", zegt Van den Ende.
Van den Broek: "Maar we hebben bij het maken van een film nog nooit zoveel steun gehad: we brengen jullie, we halen jullie op, hier is een boot".  
"Rijkswaterstaat vroeg ons drie jaar geleden documentatiemateriaal te schieten. Wekelijks zaten we op Neeltje Jans en zagen het stapsgewijs veranderen van een maanlandschap in een natuurgebied".

"Toen kwam het idee op er een film van te maken die zowel het grote publiek zou aanspreken als geschikt was voor intern gebruik. Dat betekende versimpeling van het verhaal, want alleen een deskundige weet wat het verschil is tussen platen, schorren, slikken en geulen". 

Verbaasd
Het resultaat is een fraaie en pakkende samenvatting van vijftien minuten, die in elk geval al bij de waterstaatstechnici zeer is aangeslagen, getuige de reacties op de eerste vertoningen. 
Van den Ende: "We laten zien hoe Rijkswaterstaat kans ziet voorwaarden te scheppen voor natuurontwikkeling. En we waren verbaasd over de grote schaal waarop dit gebeurt en het succes ervan". 
Van den Broek: "En zonder dat het overal geld hoeft te kosten. Bij het opruimen, vragen ze zich af:  waar kunnen we heen met dat zand. Naar een aannemer. Die maakt de kuil dan wat dieper en Rijkswaterstaat gooit er water in. Weer een nat gebiedje. En als er dan toch ergens door afgraving een wandje ontstaat, zorg dan in één moeite door dat het een steil wandje wordt, waarin oeverzwaluwen kunnen nestelen. Op die manier gaat het vaak".
Van den Ende: "In Terneuzen is aan het eind van een pier naar de sluizen grint gestort. Er broeden nu honderddertig paren visdiefjes. Iedereen vindt het al gewoon. Het doet een beetje Amerikaans aan. Daar trekt ook niemand zich wat aan van zo'n vogelkolonie in een druk gebied. En het drukke scheepvaartverkeer doet de vogels niets". 
"We treffen ook wel zeldzamere vogels aan, steltkluten bij voorbeeld. We gingen bij het Markiezaatsmeer een dijk op en daar kwam er al een aangestormd. Maar toen we in de opgevouwen schuilhut zaten, was er twee uur niets te zien. Nog geen bergeend kwam voorbij. Een kwartiertje nog, zeiden we. Dat werd beloond, er streek toch nog een steltkluut neer". "Op de grond hebben we bij Dinteloord opnamen gemaakt van plassen en geulen voor snoeken, in verband met het beheer van de visstand. We hebben dat gebied ook uit de lucht gefilmd en dan zie je pas hoe knap het gedaan is. Het is net een echte rivierdelta geworden".

Geluk
Voor het "schilderen met de camera", wat Van den Ende het liefst doet (Monique van den Broek neemt het geluid en de regie voor haar rekening), is het beroemde Zeeuwse licht ideaal. Verzaligd gewaagt de filmer van de Weissenbruch-achtige luchten, die je vaak hebt bij noordwestenwind. Ruige werkbeelden van zware machinerie die losgaat op het zand wisselen de natuurlyriek af. Kan het menselijk werk op afspraak worden gefilmd, voor wat zich afspeelt in de natuur gaat dat niet op en is geduld geboden. Soms valt er een meevallertje te noteren. 
Van den Ende: "Die spelende hazen is een geluksshot. Meestal moet je weken wachten voor je zoiets maakt. We waren bezig eenden te filmen toen ze ineens in de zoeker verschenen. Dan is het hobbel de bobbel geblazen, paniekerig trachten de beesten voor de lens te houden. Ik had uiteindelijk maar zes seconden stil beeld".
Van den Ende: "Sommige slikken zijn zo groot, daar loop je uren. We wilden een keer met storm filmen op de schorren. Anderhalf uur lopen, met camera's en geluidsapparatuur, vijftien kilo de man. Er stond windkracht negen en het werd heel donker, zodat we het moesten opgeven. Nauwelijks hadden we de zaak ingepakt of het begon ook nog te hagelen en te regenen. Er viel zoveel, dat het water onze laarzen inliep. Bij de auto goten we het water uit de laarzen, schoenen aan en linea recta naar Den Haag. Resultaat van dit uitstapje: vijftien seconden mooi beeld".

Kubieke meter
Bij een andere gelegenheid konden zij er niet genoeg van krijgen. 
Van den Ende: "Voor het filmen van kluten bracht Rijkswaterstaat ons bij hoog water naar een eiland. Voorzichtig lopend - kluteneieren zie je wèl, want er ligt een schelpenkring om de nestkuil - zochten we een plek voor de schuilhut. Daarna zes uur filmen, vanuit een kubieke meter tent. Monique op de grond, met het geluid, ik staand achter de camera. Tweeëndertig klutennesten, alleen al op het kleine stukje dat we konden zien. Het kon niet op. We vergaten de tijd gewoon. Tot op een gegeven moment over het water schalde: Hé, filmploeg, zijn jullie klaar?" 
Van den Broek: "En dan weet je dat zich opzij en achter je ook nog van alles afspeelt wat verborgen voor je blijft. We gluurden even onder de rits aan de achterkant door. Binnen handbereik lag een klutennest. Hadden we toch niet opgemerkt". 
Van den Ende: "Zo zie je maar weer hoe voorzichtig je moet zijn. Als je de beesten opjaagt, geef je predatoren zoals zwarte kraaien en zilvermeeuwen kans de eieren of jongen te grijpen". 
"Dat is de natuur, kun je zeggen. En daar hoort de mens ook bij. Maar door ons aantal zijn we te overheersend geworden en brengen we schade aan. Daarom moeten we ons aan regels houden. Wij net zo goed als de recreanten. En ook de vogelaars en de plantenmensen. Die kunnen soms knap vervelend zijn".  

Kapot
Van den Broek: "Op Neeltje Jans zijn er wat rare parkeerplaatsen, waar ze over het hek zo het natuurgebied ingaan, terwijl er een paaltjesroute is".
Van den Ende: "Ze liepen door de dwergsternnesten heen. Die zie je ook echt niet. Wij kijken eerst van een afstand waar we de schuilhut veilig kunnen neerzetten en vanuit de hut speuren we naar de nesten. Lopend zoeken kan niet, je trapt ze onherroepelijk kapot. Het is heerlijk dat je bijna overal in mag. Maar beheers je. Ga zeker geen broedgebieden in, want wat je doet is vernielen, zonder het te willen". 
Van den Broek: "Als er ergens mensen in een kwetsbaar gebied zijn met vergunning, zoals wij met ons hutje, komen er onherroepelijk ook anderen, soms met honden. En zodra vogelaars van iets bijzonders de neus krijgen, komen ze er met grote hordes aan".
Van den Ende: "Het is in Nederland moeilijk de natuur in optima forma te houden. Het Deltagebied zou gebaat zijn met meer bewakers. Maar sociale controle is ook belangrijk. Iemand vragen waarom hij nou zo nodig door een bloemenveld moet baggeren. Er is een plaats waar mensen van de weg af gaan om te parkeren. Uitgerekend dáár groeit de zeer zeldzame bijenorchis. Voor je 't weet beschadig je iets als je zomaar ergens je auto neerzet". 
Van den Broek: "Een ware plaag op de schorren zijn de pierenstekers. Ze jagen alle vogels weg".
Van den Ende: "Pierenstekers moeten het van de eb hebben. De vogels ook. Verjaag je ze, dan missen ze hun lunch en hun diner. Het gaat om honderdduizenden vogels, die dan alleen op een onbijtje moeten leven". 
Door de stormvloedkering komt de vloed minder hoog dan voorheen. Dat is niet best voor de schorren. Ze kalven af.
Van den Ende: "In het begin is de kering zelfs een paar dagen helemaal dicht geweest. En als schorren niet meer door de vloed worden overspoeld drogen ze uit en klinken ze in. 
De grond is niet meer een spons, maar breekt af. Dat herstelt zich niet meer. Nog een gevolg: op de droog blijvende stukken komt een andere plantengroei. De specifieke zoutminnende schorrenflora verdwijnt". 
Spannend wordt het in de nieuwe zoetwatergebieden.
Van den Ende: "Als je zout water snel vervangt door zoet maar vervuild water uit de rivieren, wat gebeurt er dan? Het kan een vieze stinkende rotzooi worden. Tot nu toe lijkt het redelijk goed te gaan. Maar voor dit soort ontwikkelingen staat tien jaar. De komen vijf jaar zijn kritisch".
"Het zoute water, de Oosterschelde dus, is nu schoner dan in de natuurlijke situatie, toen het rivierwater er nog in kwam, al kun je vervuild rivierwater moeilijk natuurlijk noemen".
Voor de waterzuivering van het Volkerak/Zoommeer zijn experimenten met driehoeksmossels gaande. In miljoenen op netten vastgezet, moeten zij de verontreinigingen uit het binnenkomende slib filteren.
Van den Ende: "We hebben dagen gezeten met zo’n zoetwatermossel. Die beesten eten slib en maken in hun lijf een pakketje van de onverteerbare rotzooi erin, zoals zware metalen en chemicaliën, en dat spugen ze uit. Onder een mosselfilter krijg je dan gelokaliseerd een laag troep en die wordt weggezogen".
Van den Broek: "De meeste vuiligheid komt overigens uit de lucht". 
Van den Ende: "Daar kun je alleen internationaal wat aan doen".

Indrukwekkend
Het tweetal zou graag nog vijf langer de ontwikkeling van de natuur in het Deltagebied willen filmen. Te beginnen met de slufter die aan de zeekant van Neeltje Jans wordt aangelegd. 
Van den Ende: "Het is indrukwekkend zo betrokken als de mensen van waterstaat zijn bij al dit werk. Een technisch ministerie, dat  nu ook denkt in het belang van de natuur. Er wordt graag en veel gekankerd op de overheid, maar als je ziet wat Rijkswaterstaat hier voor dingen doet, kun je alleen maar enthousiast worden dat zoiets positiefs gebeurt in Nederland".
Het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij en de organisaties voor natuurbescherming nemen de zaak nu geleidelijk over van Rijkswaterstaat. 
Van den Broek: "Men wil niet overal zo verschrikkelijk gaan beheren. Waar nodig, wordt het een beetje bijsturen. De natuur moet zo veel mogelijk haar eigen gang kunnen gaan, dat is het uitgangspunt". 
Van den Ende: "Ik denk dat het ze lukt en dat Zeeland natuurgebieden krijgt van net zo’n groot belang als de Oostvaardersplassen zijn. Op voorwaarde dat de recreant zich aan de regels houdt. En ik koester een eigen droompje: zet rondom het Volkerak/Zoommeer-gebied een hek en zet er elanden uit. Die kwamen vroeger in Nederland voor en ik vind het zulke mooie beesten".